about

‘Bewoners van het land’
De werken van Maries van Osch zijn, of het nu om schilderijen of kleinschalige installaties gaat, indrukwekkend plat. Ze worden gekenmerkt door een aantrekkelijke eenvoud. Al zou je diezelfde figuratieve ongekunsteldheid – waar je niet zo gemakkelijk de vinger op kunt leggen – net zo goed als lulligheid kunnen omschrijven. Van Osch benadrukt die schijnbare eenvoud nog eens door met een gemankeerd perspectief diepte te suggereren en zich te bedienen van beeldmiddelen van de landschapsschilder, zoals schaduwwerking en atmosferisch perspectief. Daar blijft het echter bij. Zijn landschappen zijn prettig desolaat. Een andere categorie is die waarbij ex- en interieur in elkaar over lopen, landschap en huisinterieur ineen. Waar de bomen tot aan het plafond groeien en de menselijke aanwezigheid vaak onzichtbaar maar wel voelbaar is.

Net als zijn landschappen, interieurs, stillevens of combinaties lijken de narratieve werken van Van Osch in papier-maché een surreële twist te hebben, maar niets is minder waar. Neem het werk ‘Beat on the Brat’. Dat heeft nu juist door zijn inhoud een grote actualiteitswaarde. Ook al roept het buitensporig geweld – met een Engels leenwoord terecht overkill genoemd – door de nuchterheid van het beeld hier nog meer walging op. In een ander geval, in het werk ‘My Livingroom’ werken de handelingen van de afgebeelde personages zoals hij die weergeeft op de lachspieren. Het zijn echter hoe je het wendt of keert in beide gevallen gewelddadige scènes zoals die door middel van allerlei nieuws- en sociale media dagelijks hun weg zoeken naar ons netvlies en gehoor. Intense beelden en geluiden die daar nog korte tijd op gebrand zijn of in nagalmen. Eenmaal daar terechtgekomen blijven de verschrikkingen nog even in het collectief geheugen hangen. Al lijken persoonlijke en algemene rampen zich door de verzadiging van de media steeds sneller op te volgen, waardoor ze ook weer rap door de volgende indringende gebeurtenis overschaduwd raken en de impact devalueert.

Belangrijk is dat door de manier waarop Van Osch zijn werken maakt, hij de angel uit het kwaad haalt en ons helpt relativerend met een helicopter view naar de handelingen van ons absurde zelf te kijken. Of zoals hij hier zelf over zegt: ‘Ik ben niet bezig met wat er allemaal in de wereld of maatschappij gebeurd, maar eerder geïnteresseerd in waarom dat gebeurt, waar de gedragingen van de mens hun oorsprong hebben.’ Van Osch is dus minder bezig met menselijke interacties an sich. Hij kijkt meer beschouwelijk naar waar die gedragingen vandaan komen. Hij probeert logische verklaringen te zoeken voor wat hij ziet: ‘Ik observeer alleen, kies geen kant. Goed en kwaad? Daar geloof ik niet in. En ik voel me ook niet verbonden met zaken als ‘volk’ en ‘vaderland’.’ Het is hoe hij als mens en kunstenaar in het leven staat en waar hij zijn inspiratie vandaan haalt. Van Osch noemt ‘Bewoners van het land’, de titel van deze korte verhandeling, een verwijzing naar het begrip ‘heidenen’. Een aanduiding die later door het christendom een religieuze, negatieve connotatie heeft gekregen maar die daarvoor ‘niet behorend bij ons volk’ betekende. Van Osch werkt vanuit die positie: ‘Ik maak ook geen maatschappijkritisch werk, eerder iets wat daarvoor komt. Niet hoe mensen met elkaar omgaan interesseert mij, maar de natuurlijke mechanismen die de mensheid maken tot wat zij is.’

Zover aanwezig hebben alle figuren in 2-D een hoofd dat is gereduceerd tot een zwarte cirkel die wit van binnen is. In zijn ruimtelijke installaties hebben blokmannetjes en -vrouwtjes van papier-maché een vergelijkbaar pepermuntjeshoofd en gaan ze stereotiep als stripfiguren gekleed in een groene of blauwe trui, lichtbruine broek en donkere schoenen. Wanneer je het werk van Van Osch hebt gezien vergeet je het niet snel: een kwaliteit. Soms werkt hij serieel zoals in de ‘Suicide Series’. Twintig manieren om jezelf van het leven te benemen, een variant op ‘Fifties Ways to Leave Your Lover’ van Paul Simon. Maries van Osch knipoogt naar het leven en het leven knipoogt met een blik van verstandhouding terug.

Aart van der Kuijl©